Voor Big Farma zijn zeperds als Dezima part of the deal

‘Amgen is er trots op dat ze het voortouw neemt bij een opwindende nieuwe vorm van behandelingen van hart- en vaatziektes, een aandoening die wereldwijd miljoenen mensen raakt.’ Met die ronkende verklaring kondigde Amgen drie jaar geleden de overname aan van het kleine, onbekende Nederlandse biotechbedrijf Dezima.

$300 mln – De Amerikaanse farmaceut Amgen telde $300 mln neer voor de cholesterolverlager van het Nederlandse biotechbedrijf Dezima.

Het bedrijfje uit Naarden had positieve onderzoeksresultaten behaald met een nieuw soort cholesterolverlager. Amgen zag er wel toekomst in en telde $300 mln neer voor Dezima en zijn medicijn-in-ontwikkeling. De aandeelhouders van het biotechbedrijfje konden nog een nabetaling van $1,25 mrd tegemoet zien als de cholesterolverlager een commercieel succes zou opleveren.

Een vleugje Oranjegevoel
De totale dealwaarde van $1,55 mrd of €1,4 mrd maakte de verkoop van Dezima tot een van de grootste transacties uit de geschiedenis van de Nederlandse biotech. Het succes werd hier en daar gevierd met een vleugje Oranjegevoel. Nederland doet weer volop mee met de wereldwijde ontwikkeling van nieuwe medicijnen, concludeerde Rudy Dekeyser, de geestelijk vader van de veelgeprezen Vlaamse biotechsector.

Helaas. Het succesverhaal en het bijbehorende miljardenbedrag blijken vooralsnog een illusie. Amgen heeft het vertrouwen in de nieuwe cholesterolverlager verloren en investeert niet meer in de verdere ontwikkeling van het medicijn. Het Amerikaanse farmaconcern moet de overnamesom van $300 mln als verloren beschouwen. En de voormalige aandeelhouders van Dezima kunnen vooralsnog fluiten naar de resterende $1,2 mrd.

Meer mislukkingen
De aankoop van Dezima is kortom geëindigd in een zeperd. Het is niet voor het eerst dat de overname van een Nederlands biotechbedrijf eindigt in een mislukking. Al snel na de overname van Prosensa uit Leiden kon het Amerikaanse concern Biomarin de aankoopsom van $680 mln afschrijven. Dat was onvermijdelijk, nadat Prosensa’s medicijn tegen de Ziekte van Duchenne, een zeldzame spieraandoening, niet was goedgekeurd.
Ook Johnson & Johnson beleefde financieel gezien weinig plezier aan de overname eind 2010 van Crucell, op dat moment het bekendste Nederlandse biotechbedrijf. De Amerikanen betaalden omgerekend €1,75 mrd voor 82% van de aandelen. Dat was achteraf gezien veel te veel, want de vaccin-technologie van Crucell bleek nog lang niet rijp voor toepassing in de praktijk.

Grootste aankoop: Acerta voor $4 mrd
Gelukkig mislukt niet alles. De grootste aankoop dateert van eind 2015 en komt op naam van AstraZeneca, dat tot nu toe $4 mrd betaalde voor het biotechbedrijf Acerta uit Oss. Het bedrag kan nog met $3 mrd oplopen, als het belangrijkste medicijn van Acerta een commercieel succes oplevert. Een eerste stap is in ieder geval gezet: het middel tegen bloedkankers is in 2017 voor een eerste indicatie goedgekeurd, sneller dan verwacht.
Maar hebben de kopers van Dezima, Prosensa en Crucell zich dan in de luren laten leggen? Hadden Amgen, Biomarin en Johnson & Johnson deze zeperds kunnen voorzien?
Met de kennis van nu ongetwijfeld wel, maar de praktijk is anders. In de farmaceutische industrie zijn zeperds onvermijdelijk. Farmabedrijven moeten bereid zijn om grote risico’s te nemen, willen ze medicijnen kunnen introduceren die echt verschil maken. De rechten op zulke geneesmiddelen zijn altijd duur als gevolg van de lange ontwikkelingstrajecten die ermee zijn gemoeid en de grote kans op mislukking.

Als Amgen kon aantonen – dat de cholesterolverlager patiënten wel degelijk kon helpen, lag een geweldige beloning in het verschiet

Amgen nam in het geval van Dezima zeker een risico. Concurrenten als Roche en Pfizer waren al eerder vastgelopen bij hun pogingen om soortgelijke nieuwe cholesterolverlagers te introduceren. Dat beloofde niet veel goeds. Anderzijds, als Amgen kon aantonen dat een nieuwe cholesterolverlager patiënten wel degelijk kon helpen, lag een geweldige beloning in het verschiet – juist omdat anderen hadden gefaald.

‘Biodollars’, een wat spottende term
Amgen deed ook wat veel farmabedrijven tegenwoordig doen. Het Amerikaanse concern betaalde slechts een voorschot van de ‘totale dealwaarde’ en beperkte daarmee het risico. Het resterende bedrag van de overnamesom – de nabetaling van $1,2 mrd – bestond uit zogenoemde ‘biotechdollars’, een wat spottende term waarin de desillusie zit ingebakken.
Het Nederlands-Belgische biotechbedrijf Galapagos kan erover mee praten. Eerder dit jaar bleek dat het Amerikaanse AbbVie minder vaart wilde maken met de gezamenlijke ontwikkeling van een drievoudige combinatietherapie tegen taaislijmziekte. Beledigd staakte Galapagos de samenwerking. Het bedrijf moest vervolgens wel genoegen nemen met slechts een deel van ‘totale dealwaarde’ van $600 mln die AbbVie ooit in het vooruitzicht had gesteld.

BRON : Financieel dagblad
http://fd.nl/tekst/HFD_20181227_0_011_019